Ik ben Olaf Staal, 14 jaar, en ik zit in 2MH op het Amstelveen College in Amstelveen. Mijn sport is kajak sprint & marathon. Sprint en marathon lijkt een gekke combinatie, maar bij de marathon moet je kunnen sprinten om bij een groepje te blijven, net als bij wielrennen. Bij wielrennen blijf je uit de wind, bij kajakvaren probeer je op de boeggolf van de anderen mee te surfen.

De meeste mensen denken dat je alleen hard kunt kanovaren op stromend water. Maar ik zit in een heel lange, smalle kajak: 520cm lang en maar 40cm breed. Daarmee kun je ook op vlak water hard varen. Tenminste, als je overeind blijft, want dit soort boten is niet stabiel. Het kost ongeveer 1,5 jaar om een beetje te leren varen in zo’n boot, en dan ben je nog niet echt met wedstrijdtraining bezig.

Ik ben begonnen met kajakvaren toen ik 7 jaar was, in een wat stabielere kinderkajak. Eerst wilde ik gewoon lekker in een eigen bootje dobberen, maar mijn moeder was bang was dat ik rugklachten zou krijgen als ik aldoor als een zoutzak in een kajak zou zitten. Daarom heeft ze me naar k.v. Frisia gebracht, in het Amsterdamse Bos, vlak bij de Oude Karsselaan. Daar zijn goede kanoërs, en daar leerde ik hoe leuk het is om snel te kanoën. Direct de eerste wedstrijden stond ik al op het podium, en ik was voor het eerst Nederlands Kampioen toen ik 8 jaar was. De huldiging vond ik zo geweldig dat ik hard ben gaan trainen om het jaar daarop weer kampioen te worden. Dat lukte tot nog toe steeds om het jaar: toen ik 10 en 12 jaar was, en dit jaar weer: Nederlands Kampioen lange baan (2000m voor mijn leeftijdsgroep) zowel in de éénpersoons kajak als in de tweepersoons.

Sinds vorig seizoen zit ik ook in de Beloften groep van het Watersportverbond. Daarvoor moest ik een aantal marathons varen en extra trainingen volgen. Ik moest ook naar het Landeslangstreckenmeisterschaft, Rheinland-Westfalen in Essen, om internationale ervaring op te doen. In Essen doen veel goede kanoërs uit heel Europa mee. Bij die wedstrijden ben ik in de één persoons kajak in de B-finale gekomen, en met de tweepersoons in de finale. In mijn leeftijdsgroep deden ruim 80 jongens mee, dus ik ben wel goed voor in het veld gebleven. Maar ik wil natuurlijk op het podium.
Trainingen bestaan uit varen, krachttraining, hardlopen of zwemmen, Vorig jaar trainde ik ongeveer 5-6 uur in de week. Dit seizoen ben ik meer dan 9 uur per week met mijn sport bezig, exclusief reistijd, overnachtingen etc. Dat betekent goed plannen met school, want omdat ik dyslectisch ben heb ik extra veel tijd nodig voor bijvoorbeeld woordjes leren voor talen. Als ik wedstrijden heb moet ik vaak al twee weken van tevoren beginnen met leren. Helaas geven sommige docenten toetsen maar een week van tevoren op en dan is het af en toe stressen.

Kanovaren is voor mij de mooiste sport die er is. Het varen zelf is geweldig, maar het is ook de sfeer eromheen. Elke wedstrijd is net een groot familiefeest: kamperen, en met vrienden en vriendinnen van andere clubs kletsen. Want heel vaak zit je in de meermansboten (2 of 4persons kajak) met kinderen van andere clubs uit dezelfde leeftijdscategorie. Dus je leert eigenlijk iedereen wel kennen. Gek genoeg is de sfeer bij die grote wedstrijd in Duitsland niet veel anders dan bij de kleine wedstrijden in Nederland. Misschien omdat je door die instabiele kajaks zelfbeheersing leert: Ik was vroeger heel druk en impulsief, maar met een kort lontje lig je vaker naast de boot dan dat je erin zit. Het helpt niet om de schuld aan de boot te geven. Je moet het echt helemaal zelf doen, en dat moet je willen.
Mijn grote voorbeeld is de Engelse sprinter McKeever, die bij de vorige Olympische spelen kampioen werd op de 200m sprint. Bijna iedereen vindt hem heel lelijk varen, maar hij heeft een soort extra voorwaartse zwaai in zijn slag die ik geweldig vindt.

Mijn doel voor dit jaar is eerste worden bij het Nederlands Kampioenschap sprint (200, 500 en 1000m). Spannend, want er zijn dan een paar sterke concurrenten. Volgend jaar ben ik Junioren B. Als ik goed door blijf trainen kan ik misschien naar het EK Junioren. Het lijkt me geweldig om mee te doen met zo’n groot evenement.